zaterdag 19 mei 2012

Een mooie dag

Gisteren pakten mijn baasjes de rugzak in en trokken we er op uit. Om te beginnen reden we een stuk met de auto, maar niet lang. We waren al gauw op de plaats van bestemming.


Eenmaal uit de auto, moest ik eerst even lekker op de grond rollen.


Daarna namen we de benenwagen en gingen we op pad.


Gelukkig kwamen we veel poeltjes en plassen tegen. Ik had onderweg dus niet alleen genoeg te drinken, maar ook volop gelegenheid om samen met mijn baasje met water te spelen.


Op een gegeven moment kwamen we een vers vossenspoor tegen. Ik ging helemaal door het lint. Mijn baasje moest me zelfs aan de riem doen, want anders had ik zeker de achtervolging ingezet.

Na een flink stuk lopen was het tijd om de inwendige hond te versterken. Mijn baasjes pakten de rugzak uit en wat bleek? Ze hadden een grill mee en allemaal lekkere dingen. We zaten in het gras totdat de grill heet genoeg was.


Het kon mij niet snel genoeg gaan. Toen de broodjes en worstjes eenmaal op de grill lagen, rook het zo lekker dat ik er bijna van moest kwijlen.


Eindelijk was het zover. Alles werd eerlijk gedeeld. Wat een feestmaal!


Nadat we hadden gegeten, liepen we nog een heel stuk door het bos. We kwamen daarbij ook op een plek waar vroeger enkele huizen hadden gestaan. Mijn baasjes vonden dat erg interessant en namen flink de tijd om alles te bestuderen. Ikzelf vond het allemaal minder spannend en was blij toen we weer verder gingen.

Ten slotte kwamen we weer bij de auto uit en reden we terug naar huis. Daar dook ik meteen in bed om een welverdiend dutje te doen.


De dag was echter nog niet voorbij. Wordt vervolgd...

donderdag 17 mei 2012

Nederlanders in Värmland

Toen wij in 2005 naar Zweden emigreerden, woonden er in Värmland zo'n 200 Nederlanders die ons waren voorgegaan. Nadien kwam er daar elk jaar per saldo een flink aantal bij, waardoor de teller eind 2010 net iets boven de 800 stond. In 2011 werd de trend van gestage groei echter gebroken. Ten opzichte van de ongeveer 60 nieuwe Nederlandse emigranten die dat jaar de weg naar Värmland vonden, pakten er zo'n 50 hun koffers om voorgoed terug naar Nederland te gaan, zodat de toename op slechts 10 personen uitkwam.

Voor zover ik kan inschatten, zijn er twee dingen die aan deze trendbreuk ten grondslag liggen. Ten eerste is het in Nederland door de economische crisis al geruime tijd zo goed als onmogelijk om je huis te verkopen, danwel daar een prijs voor te krijgen waarmee je de hypotheek kunt aflossen. Hierdoor is het voor aspirant-emigranten bijzonder lastig om hun emigratiedroom - waarheen deze dan ook voert - te realiseren, hetgeen waarschijnlijk de verklaring is voor de - in verhouding tot de voorgaande jaren - lage instroom hier. Ten tweede is het zo dat er nu ook voor het eerst sprake is van een forse uitstroom van voormalige emigranten die terugkeren naar Nederland. Dit laatste is ook de Zweedse pers opgevallen. In de afgelopen maanden hebben de regionale kranten hier meerdere artikelen over gepubliceerd. Als redenen voor de remigratie worden door de remigranten, naast heimwee, met name slecht onderwijs voor de kinderen en het niet kunnen opbouwen van sociale contacten met de Zweedse bevolking genoemd.

Als ik het goed heb onthouden, dan blijkt uit cijfers van het CBS dat ongeveer de helft van de Nederlanders die emigreert, uiteindelijk weer naar Nederland terugkeert. Met dat gegeven in het achterhoofd is het niet vreemd dat er nu ook vanuit Värmland een retourstroom op gang komt. Hoe kan het ook anders? Zelfs met een gedegen voorbereiding blijft een emigratie deels een gok waarbij het maar de vraag is in hoeverre de werkelijkheid uiteindelijk met de dromen overeenkomt. En dat is ook niet erg. Zolang je niet louter in geld denkt en de beleefde avonturen en opgedane ervaring een hogere waarde toekent dan de spreekwoordelijke illusie, sta je bij een eventuele terugkeer altijd op winst.

woensdag 16 mei 2012

Ringtone

Tussen alle vogelgeluiden in het bos om ons heen, is er één die luid boven alle andere uitklinkt. Het is een bijzonder karakteristieke - bijna plagende - opeenvolging van tonen, die telkens weer wordt herhaald. Natuurlijk willen we graag weten welke vogel deze fraaie tonen voortbrengt, maar het is in eerste instantie niet eenvoudig om daar achter te komen. De vogel in kwestie verschuilt zich namelijk hoog in de boomtoppen en is vanaf de grond niet te zien. Toch zijn we vastberaden om de identiteit van de muzikant vast te stellen. Ik neem daarom de videocamera ter hand om allereerst het deuntje vast te leggen. Het beeld bestaat slechts uit boomtoppen en enkele fladderende vogeltjes die niets met het riedeltje in kwestie te maken hebben.


Ik zet de speurtocht voort. Terwijl het geluid waarvan ik de bron probeer te achterhalen zich door het bos verplaatst, loop ik het achterna. En na er etterlijke malen omheen te hebben gelopen, kan ik vaststellen dat de vogel die het deuntje voortbrengt, steevast in de top van een spar zit. Met deze wetenschap wordt het een stuk makkelijker en het duurt dan ook niet lang voordat ik de mysterieuze muzikant eindelijk in beeld krijg.


Het blijkt een koperwiek te zijn. Deze zangvogel uit de familie der lijsters staat erom bekend allerlei fraaie 'ringtones' te produceren, welke overigens van gebied tot gebied behoorlijk kunnen verschillen. Geruime tijd sla ik de vogel gade. Van tijd tot tijd vliegt hij naar een andere boom, om daar zijn concert weer voort te zetten.


Dan komt de koperwiek op vijandig terrein. Nadat hij slechts één riedeltje heeft afgegeven, duikt er een soortgenoot op die hem verjaagd. Links op de foto de verjager, rechts de vogel die er vandoor gaat.


Na een korte achtervolging neemt vogel 'nummer twee' in de top van een spar plaats. Hij kijkt eens goed om zich heen en als hij heeft vastgesteld dat zijn concurrent gevlogen is, begint hij - schijnbaar tevreden - te zingen.

maandag 14 mei 2012

Buigen of barsten

Ondanks de zware storm die over ons deel van Värmland raast, ontkom ik er niet aan om Jeanny mee naar buiten te nemen voor haar ochtendwandeling. Er zijn nu eenmaal dingen die zij - in tegenstelling tot ons - niet binnenshuis kan doen.

Het gebulder van de wind is oorverdovend en de bomen zwiepen vervaarlijk heen en weer. Op zo'n vijftien tot twintig meter boven de grond slaan de toppen van de dunnere exemplaren met gemak enkele meters uit. Het is onverstelbaar hoeveel veerkracht deze bomen bezitten. En dat is maar goed ook, want anders zouden ze allemaal afbreken. De dikkere bomen - welke langs de weg en de randen van open plekken staan - zwaaien minder heftig heen en weer, maar laten hier en daar wel een verontrustend gekraak horen.

Wanneer we ongeveer halverwege het rondje van deze vroege ochtend zijn, precies op de grens van het bos en een kaalgekapt stuk, zet de wind nog even extra kracht. Een deel van de bomen buigt zover door, dat de toppen een positie bijna evenwijdig aan de grond bereiken. Alsof het geen bomen, maar grassprieten zijn, zo worden ze platgedrukt. Het is een onwerkelijk en bijna angstaanjagend gezicht. Het is me duidelijk dat we hier gevaar lopen en dat we zo snel mogelijk een meer beschutte plek dieper in het bos moeten opzoeken.

Na een kort sprintje lopen we op een pad zo'n vijftig meter bij de bosrand vandaan en alhoewel de bomen ook hier als gekken tekeergaan, is duidelijk te merken dat de wind hier minder kracht heeft. Dan klinkt er een luid gekraak. Het houdt net iets langer aan dan 'normaal' en ik vermoed te weten wat er komen gaat. De wind neemt even af en het wordt weer stil. Ik draai me in de richting waar het gekraak vandaan kwam, zet Jeanny aan m'n voet en wacht af. De wind zwelt weer aan en de hele bosrand lijkt te worden platgedrukt. Het gekraak klinkt nu nog harder dan de eerste keer om ten slotte in enkele knallende geluiden te culmineren.

Het slachtoffer is een enorme spar die zo'n dertig meter - richting de bosrand - bij ons vandaan staat. Ik zie het bovenstuk van de boom langzaam in beweging komen - niet in onze richting, dus we kunnen blijven staan - en rondtollend naar de grond vallen. Het is net alsof het zich allemaal in slow-motion afspeelt. De impact gaat gepaard met een doffe dreun. In de verte staat het onderste stuk van de finaal doormidden gebroken stam er verloren bij. Tja, het was buigen of barsten.

zaterdag 12 mei 2012

Geelgroen

Eindelijk beginnen de blaadjes van de loofbomen uit te lopen, waardoor de takken en kruinen van deze bomen een fris lichtgroene glans over zich krijgen. Met name bij de berken en esdoorns is dit al goed te zien. Maar wacht eens even, het zijn helemaal geen blaadjes welke de esdoorns hun prachtig geelgroene uitstraling geven. Als je goed kijkt, dan zie je dat het ontelbare kleine bloempjes zijn.


De esdoorn bloeit eerst, en komt daarna pas in blad.

donderdag 10 mei 2012

Op eigen kracht

Na een lange wandeling strijken we even neer bij een vuurplaats in het bos om wat eten en drinken - meegenomen in onze rugzak - naar binnen te werken. Er staat een gammel uitziend afdakje waaronder een voorraad brandhout ligt opgeslagen. Schuin tegen het afdakje staat een oude pallet.


Terwijl ik van m'n appel zit te genieten, valt m'n blik op de tekst welke op de zijkant van de pallet staat. Het zal toch niet waar zijn? Ik sta op om de tekst van dichtbij te bekijken.


En jawel, het staat er echt: HMS Uitgeest. De eerste drie letters staan in dit geval niet voor Her Majesty's Ship, het standaard voorvoegsel van alle schepen van de Engelse marine, maar zijn een afkorting van de Hollandsche MelkSuikerfabriek welke in Uitgeest was gevestigd. Daarmee zijn we ineens heel dicht in de buurt van Castricum, onze voormalige woonplaats in Nederland en buurdorp van Uitgeest.

Wat is de wereld toch klein. Hoe is het mogelijk dat deze pallet op een afgelegen plek in de Värmlandse bossen is terechtgekomen, vlakbij de plek waar we nu wonen en dat we deze dan ook nog eens onder ogen krijgen? En nee, wij hebben het ding echt niet meegenomen. Het heeft ons geheel op eigen kracht achtervolgd.

woensdag 9 mei 2012

Bosanemoon

Zo'n anderhalve week geleden was het geel van het klein hoefblad overal de overheersende kleur. Nu is de tijd van deze voorjaarsbloeier echter voorbij en heeft z'n opvolger, de bosanemoon, het stokje overgenomen. Ook dat is een bijzonder fraai bloemje.

dinsdag 8 mei 2012

Elanden

De laatste tijd hebben we niet veel elanden gezien, maar onlangs had ik geluk. Ik zag niet alleen twee van deze fraaie dieren, maar had ook nog eens een camera bij me en kon ze - ondanks de grote afstand - toch nog heel behoorlijk vastleggen.


Eerst zag ik alleen de kviga - een vrouwelijk kalf van vorig jaar. Ze had me gezien en hield me goed in de gaten.


Even later kwam ook moeder eland in beeld. Hier staan de twee dieren bij elkaar, net voordat ze er vandoor gingen.

Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren voordat de elandkoe haar kalf van vorig jaar verjaagd. Normaal gesproken baart ze eind mei, begin juni haar nieuwe kroost en ruim voor die tijd worden de nakomelingen van het jaar daarvoor verstoten. Het lijkt misschien wreed, maar Moeder Natuur heeft besloten dat dit het beste is.

maandag 7 mei 2012

Twee gezichten

Afgelopen weekend liet het voorjaar twee gezichten zien.

Zaterdag was het koud, onstuimig en bewolkt. Ook viel er veel neerslag. Hier bij huis hoofdzakelijk als regen, maar slechts een kleine honderd kilometer verder naar het noorden als onvervalste sneeuw. En omdat wij toevallig dáár waren - en niet hier - kregen we de winter nog even op herhaling. Hoog in de heuvels kregen we een heuse sneeuwstorm te verduren welke in korte tijd overal een dikke laag sneeuw deponeerde. Alhoewel het een mooi gezicht was, vonden wij het in eerste instantie maar zo zo, maar Jeanny aan de andere kant, genoot met volle teugen. Helemaal door het dolle, rende ze - ondertussen de wildste bokkensprongen makend - door de sneeuw. Er leek geen einde aan haar energie te komen en toen ze uiteindelijk na een extra lange wandeling weer de auto in moest, leek ze zelfs behoorlijk teleurgesteld. Gelukkig duurde dat maar even, want ze viel al snel in een diepe slaap welke uren duurde. En in die tijd reden wij via de toeristische route weer naar huis. Achteraf gezien vonden ook wij de sneeuw natuurlijk prachtig. Want zeg nou zelf, wat is er mooier dan je dierbare hond zo te zien genieten?

Zondag was het prachtig weer. Er was geen wolkje aan de hemel te bekennen met als gevolg volop zon en een temperatuur welke een jas of iets dergelijks overbodig maakte. Het spreekt voor zich dat we het grootste deel van deze mooie dag in de buitenlucht doorbrachten. We grilden worstjes en bakten brood boven open vuur, bestudeerden van dichtbij - ze lijken aan onze aanwezigheid gewend te raken - de vele vogeltjes welke nog steeds bij onze voederapparaten komen eten en zaten verder gewoon lekker in het zonnetje.

Met het weer kan het dus behoorlijk verkeren, deze tijd van het jaar...

zondag 6 mei 2012

Glas

Wanneer we de voordeur van het huis uitstappen, zien we ze naast de auto op de grond liggen: twee kleine pluizige bolletjes. Heel voorzichtig lopen we er naartoe om poolshoogte te nemen. Langzaam veranderen de pluizige bolletjes in piepkleine vogeltjes die bewegingsloos en diep in hun veren weggedoken op het pad zitten. Het laatste stuk leggen we kruipend - bijna tijgerend - af om zo weinig mogelijk bedreigend over te komen. Dit is wat we uiteindelijk van dichtbij zien.


Het blijken twee goudhaantjes te zijn. Het goudhaantje - Regulus regulus - is Europa's kleinste vogeltje. Van snavel- tot staartpunt meet hij maximaal negen centimeter en je moet zeker zo'n twintig exemplaren van dit vogeltje op een weegschaal zetten om deze honderd gram te laten aangeven.


De vogeltjes zijn er niet goed aan toe. Vooral deze heeft het zwaar. Met dichtgeknepen ogen zit hij diep weggedoken in z'n opgezette verenpak. Het grootste deel van de tijd roerloos. Slechts heel af en toe schiet er een schijnbaar ongecontroleerde rilling door het kleine lijfje. Het is bijna hartbrekend om te zien.


Het tweede exemplaar is meer bij bewustzijn. Af en toe opent ze haar ogen en onderwerpt ze haar nabije omgeving aan een grondige inspectie. Ze lijkt onze aanwezigheid op te merken, maar niet storend te vinden.

Na een minuut of tien krijgt dit vogeltje ineens de geest. Ze slaat haar vleugels uit en kiest het luchtruim om - via een tussenlanding onder onze auto - beschutting te zoeken tussen de takken van een hoge spar. Vanuit de verte kunnen we haar zien zitten en ze lijkt weer helemaal opgeknapt. Wat een opluchting. Het andere goudhaantje heeft meer tijd nodig. Uiteindelijk fladdert ook hij weg, maar het ziet er minder soepel uit. Hij zoekt zijn heil op de grond tussen de struiken. We besluiten om hem verder met rust te laten. Wanneer we later gaan kijken, is ook hij verdwenen. We hopen er maar het beste van.


Hierdoor wordt duidelijk wat er is gebeurd. Deze veertjes vormen de stille getuigen van de enorme klap waarmee de goudhaantjes tegen het zijraam van onze auto zijn opgevlogen. En alhoewel we weten dat we niets hadden kunnen doen om dat te voorkomen, voelen we ons toch een beetje schuldig.

Glas biedt de mens enorm veel gemak en comfort, maar veroorzaakt tevens de dood van ontelbare vogels die zich - elke dag weer - letterlijk te pletter vliegen tegen deze mooie uitvinding. Staan we daar wel eens bij stil?